Het is verschrikkelijk hoeveel onkruid moet verdelgd worden om mooie bloemen te kweken - Julien de Valckenaere

Clematis

clematisclematisType: Heerster
Staanplaats: Licht schaduw en zon
Vocht: Vochthoudend -vochtg
Grond: Voedselrijk
Zuur: Zwak zuur tot licht basisch
Wintergroen: Neen

Kenmerken

Clematis heeft een grote sierwaarde in de tuin vanwege de mooie vorm, de bloeiwijze of de bladkleur. Clematis wenst een voedselrijke, vochthoudende tot vochtige bodem. Wat betreft de zuurgraad is ze vrij tolerant (pH = 5.5 - 8). Clematis verlangt een plekje in de zon of lichte schaduw, bij voorkeur uit de middagzon. Clematis kan bij nachtvorst in april mei schade oplopen. Deze plant is goed te combineren met open plaats en borderplanten zolang die er niet te dicht op staan.  Klik op de volgende link voor een overzichtje op de kaart gesitueerd waar je terecht kan voor clematis!

Bemesting

Clematis geeft mooie bloemen. Daarom is het belangrijk om een N/K verhouding te hebben van 1,3 – 1,8 voor een goede knopontwikkeling. Bij houtige gewassen is fosfor erg belangrijk gedurende het hele seizoen voor het stimuleren van de ademhaling van de plant nodig voor het omzetten van de NPK in voor de plant benodigde eiwitten en het afrijpen van het gewas zodat de houtcellen goed gevormd worden.
Bemestingsadvies: N5+P2+K4 tot maximaal N9+P6+K8

Snoeien

Clematis bevat klimmende soorten en vaste planten. De vaste planten worden in het voorjaar gewoon vlak boven de grond afgeknipt. De klimmers worden ingedeeld in drie verschillende groepen, met elk hun eigen snoeimethode. Voor het bepalen van de juiste snoeigroep is vooral de bloei(tijd) van de plant van belang. Er zijn drie snoeigroepen.

Groep 1 - Kleine bloemen in april - juni.
Tot deze groep behoren de klein bloemige, botanische soorten en de daarvan afgeleide rassen. Enkele voorbeelden: Clematis alpina, Clematis macropetala en Clematis montana. Clematissen uit deze groep snoeien we nauwelijks. We dunnen ze indien nodig alleen wat uit. Verder volstaan we met het leiden van de scheuten.

Groep 2 - Grote bloemen in juni - juli en soms tweede bloei in september.
Tot deze groep behoren de meeste grootbloemige hybriden. Enkele voorbeelden: 'Mme Le Coultre', 'Nelly Moser' en `Vyvyan Pennell'. Clematissen uit deze groep snoeien we eveneens nauwelijks. Na de bloei snoeien we het dode hout weg en in het voorjaar (maart) snoeien we de scheuten van het afgelopen jaar terug tot het eerste paar dikke knoppen dat we tegenkomen. In de zomer volstaan we ook hier met het leiden van de scheuten.

Groep 3 - Bloemen (groot of klein) in juli - september.
Tot deze grroep behoren de laatbloeiende Clematis, zoals: Clematis tangutica, Clematis vitalba, Cclematis viticella, Clematis 'Jackmanii' en Clematis `Perle d'Azur'. De clematissen uit deze groep snoeien we in maart volledig terug tot ongeveer 50 cm boven de grond. Clematis vitalba, de inheemse Clematis, is een zeer sterke groeier, die we uitsluitend toe moeten passen waar voldoende ruimte is. Het is niet zinvol om haar tegen een muur te leiden, want dan blijven we snoeien en leiden.

Als we een clematis verkeerd snoeien,zal dat alleen in de bloei tot uitdrukking komen. De plant zal er zelden of nooit aan sterven. Hetzelfde geldt voor de beruchte verwelkingziekte, welke ervoor zorgt dat de bovengrondse delen van een (grootbloemige) plant 's zomers plotseling en snel volledig afsterven. Het enige wat we dan kunnen doen is de aangetaste delen van de planten volledig afknippen tot bij de grond. De ondergrondse, slapende ogen zullen het volgende voorjaar weer uitlopen.
Als een Clematis sterk verwaarloosd is, kunnen we haar tot vlak boven de grond afknippen. De meeste soorten en cultivars zullen na deze drastische snoei wel weer opnieuw uitlopen. Zij zullen zeer waarschijnlijk een jaar niet bloeien. Dubbelbloemige (gevuld bloemige) cultivars moeten we zo min mogelijk snoeien. Op jong hout bloeien de planten namelijk met enkele bloemen. De dubbele bloemen verschijnen alleen op het oude hout.